Eddy blijft de allergrootste

Rini Wagtmans is een voormalig Nederlands wielrenner en –ploegleider. In het fragment zien we hem met het kenmerkende witte kuifje in beeld rijden. Die Tour van 1969 werd Rini Wagtmans zesde in het eindklassement. Op de dag van het fragment finishte Rini als tiende, ruim twee minuten achter winnaar Merckx. In 1971 werden Rini en Eddy ploeggenoten bij de Molteni-ploeg.

Guy Verhofstadt zegt dat er die zesde etappe van de Tour van ’69 een waarlijk grote Belg opstond…
Dan heeft meneer Verhofstadt dat zeker goed verwoord. In die dagen voelde het peloton dat zo. Iedereen besefte het: hier was iets groots aan de hand. Al die grote mannen die toen in koers waren, Roger de Vlaeminck, Rudi Altig, Manuel Galeras, Raymond Poulidor en Gimondi zaten erbij en keken er naar. Het was immens wat hij daar deed… 

Beschrijft u die dag eens…
Het was een Tour die voor Merckx slecht begon. Hij werd zeer negatief bejegend door de Vlamingen. Dat speelde allemaal omdat hij vlak daarvoor in het Frans getrouwd was. De eerste etappes die we door België reden… dat was een scheldpartij van hier tot gunder. Die zesde etappe waren we net twee ritten onderweg in Frankrijk en leek het of Merckx  zich bevrijd voelde. Onderaan de Ballon d’Alsace zette hij zich op kop. Hij ging in de aanval en was niet te volgen. En hij keek niet om, hè. Hij trapte gewoon weg. Op het buitenblad Ballon d’Alsace op! We wisten niet wat we zagen. We reden erbij als… als… Mercks was formule 1 op dat moment, wij een stel tourincars, begrijp je?  Wij zaten er bij en zeiden tegen elkaar: ‘wat gebeurt er hier?’

We zien u een paar keer door het beeld rijden. U brak die dag de etappe is het niet? 
Ja, dat klopt. We waren daar met een groepje. Een kleintje. Wij waren: zij die konden volgen. Ik kon goed dalen. Als er gedaald moest worden, zat ik voorop. Dat wist Merckx ook. Dus op een eerdere afdaling die dag ging ik. Maar ik stond kort genoeg om niet zo maar weg te laten rijden. Normaal liet Eddy dan zijn ploeggenoten rijden als er iemand gehaald moest worden, maar die dag deed hij zelf. Zo was hij ook: als een ander het niet kon, deed hij het. Ik werd teruggehaald en zoals dat heet ‘naar huis gereden.’ Net als de rest.

Hij was buitencategorie?
Hij was absoluut buitencategorie. En hij was al goed. Dat wisten we. Hij had al van alles gewonnen. Milaan-San Remo bijvoorbeeld. Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van Vlaanderen. Maar dit was zijn eerste Tour de France! Hij had bij wijze van spreken nog nooit in Frankrijk gereden! Maar het maakte hem niks. En wij konden niks! 

Hadden jullie hem onderschat? 
Nee, dat niet. We wisten dat hij goed was. Kijk maar… in 1964 werd hij al wereldkampioen bij de amateurs. De Olympische Spelen in Tokio dat jaar waren teleurstellend voor hem. Maar in ’65 werd hij beroeps en begon in de prijzen te rijden. Hij leerde snel. Rik van Looy en Tommy Simpson, bijvoorbeeld, flikten hem eens. Hij leerde en vergat dat niet. Hij vergat nooit iets. Wat je flikte, kreeg je terug. In 1967 werd hij al wereldkampioen bij de profs. Voor Jan Janssen. Al het goede van Merckx kwam eruit in de Tour van 1969. Toen was hij compleet. En absoluut onverslaanbaar. 

In 1971 werden jullie ploeggenoten, toch? 
Weet je: ik wilde ook een goed coureur worden. Mijn bedoeling was om bij de chefkok van een toprestaurant in de keuken te kijken. Ik wilde zien hoe hij zijn gerechten bereidde om  er zelf beter van te worden. Merckx wist dat. Dat heb ik hem ook eerlijk verteld. Hij heeft het contract zelfs nog geregeld. 

U was dus welkom als leerling?
Het stamde uit 1970. Toen was Luis Ocana al aan het stunten. Merckx vroeg mij toen tijdens de koers of wij niet iets voor elkaar konden betekenen. Ik heb dat toen goed gevonden en hem gesteund in de jacht op Ocana. Die kameraadschap is hij nooit vergeten. 

Hoe was hij om mee te rijden? 
Je reed voor hem. Daar was geen misverstand over. Maar hij is bijzonder vriendelijk als het gaat om zijn ploeggenoten. Hij ziet hen als zijn vrienden. Daar zijn ze ook op uitgezocht. En het blijven ook vrienden. Hij is een goed en voorkomend mens. Naar zijn renners, maar ook naar hun vrouwen bijvoorbeeld. Altijd als hij mij of mijn vrouwke zag kwam hij met alle vriendelijkheid en genegenheid op haar af. Ik heb hem nooit betrapt op een leugen en was altijd bereid iets terug te doen. 

Weet je wat zo mooi was: hij schaamde zich voor zijn eigen kunnen, hij schaamde zich voor zijn capaciteiten. ‘Ongelooflijk wat voor benen ik toch weer had vandaag. Ik kon alles,’ zei hij dan. Als een soort verontschuldiging. Wanneer je die schaamte hebt en dat durft te laten zien, vind ik groots. Ik heb hem zien huilen toen hij door Ocana was verslagen. Zo klein was hij na afloop. Hij twijfelde aan alles, zelfs over het menszijn. Er zijn maar weinig sporten waarin je zo vernederd en verslagen kan zijn als in wielrennen. Boksen heeft het ook. De acht seconden dat je uitgeteld wordt. Eddy werd die dag even uitgeteld. En Eddy durfde, naar zijn ploeggenoten toe, dat te laten zien, dat hij verslagen was. 
Hij was ook heel streng voor zichzelf, vergeet dat niet. Als hij eens in een klassieker slecht gereden had, niet naar zijn zin, dan fietste hij na afloop als straf voor zichzelf naar huis. 175 kilometer na een wedstrijd! Dat maakte hem niks. 

Geen kwaad woord van de oud-renner over de oud-renner dus? 
De achting die er hier vanuit het Brabantse uitgaat naar de renner én de mens Eddy Merckx is waarlijk uniek in zijn grootheid. Merckx is de allergrootste. En nogmaals: als Guy Verhofstadt dat zo verwoord heeft hij gelijk: een grote Belg stond op. Ik denk dat hij én alle Belgen hebben kunnen zien hoe de renner Merckx zich ook als mens ontwikkeld heeft en die nog altijd tot ver buiten de landsgrenzen bekendheid geniet. Waar de Nederlanders Cruijff zeggen, zeggen de Belgen Merckx.  Guy Verhofstadt weet dat ook. Ook een goed fietser, niet? Ik heb hem eens meegemaakt en hij weet verschrikkelijk veel van de sport. Volgens mij heeft een val hem eens in de ontwikkeling als rijder tegengehouden. 

Net als Merckx... 
Merckx ook, ja. Op een baanwedstrijd gleed zijn dernyrijder onderuit en nam Eddy mee. Een verschrikkelijke val. Hij won na zijn Tour in 1969 de grote Ronde nog vier keer. Maar met gemak had hij een zesde en een zevende kunnen pakken. Met gemak. Net als Armstrong dertig jaar later. Maar Eddy is echt de allergrootste! 

0 Reacties

Er zijn nog geen reacties

* Verplichte velden

Wat is uw reactie?